Skip to main content

‘Als je kijkt wat er niet kan, kom je geen stap verder.’ Het had een uitspraak van Johan Cruijff kunnen zijn. Maar deze is van onze eigen Ton Markink. De aanleiding: het personeelstekort in het onderwijs.

Het tekort aan leraren en schoolleiders in het primair en voortgezet onderwijs is een groot en groeiend probleem. Want als je te weinig mensen hebt en soms zelfs hele klassen naar huis moet sturen, bied je niet genoeg kwaliteit. Allerlei partijen breken zich op allerlei niveaus het hoofd over het lerarentekort. Zij dragen verschillende oplossingen aan, zoals: de mensen die al in het onderwijs werken meer uren laten maken; een hogere financiële waardering voor onderwijspersoneel, om het werken in het onderwijs aantrekkelijker te maken; zijinstromers en herintreders voor de klas zetten; of de startkwalificaties voor pabo-studenten verlagen.

Hmmm. Goedbedoelde initiatieven, maar leiden ze tot een structurele verbetering op de onderwijsarbeidsmarkt? Daar hebben wij grote vraagtekens bij. 

Wat als we het lerarentekort nu eens ‘omdenken’? De realiteit is dat ons onderwijs wordt verzorgd door gekwalificeerde mbo- en hbo-opgeleide mensen en dat vooral het aanbod aan hbo-opgeleiden te klein is voor de vraag. Kunnen we dat niet anders organiseren?

Anders organiseren in de zorg

Heb je een probleem in jouw branche, dan loont het de moeite om een kijkje te nemen in de keuken van een andere branche. Ook in de zorg is een personeelstekort. Hoe gaan ze daar met dit probleem om? We bellen Marjan Comello; zij was tot voor kort voorzitter van de verpleegkundige adviesraad van Gelre ziekenhuizen.

Voorbeeld: Gelre ziekenhuizen 

‘Dat er een personeelstekort is in de zorg, is sinds de coronacrisis algemeen bekend. Maar het tekort aan zorgpersoneel, vooral aan verpleegkundigen, is al veel langer een groot probleem’, vertelt Marjan. ‘Ook in Gelre ziekenhuizen speelt al jaren de vraag: hoe bind, boei en behoud je mensen en stromen ze niet uit naar andere werkplekken of andere branches? Daar komt nog bij dat de verpleegkundigen die we wel in huis hebben, door ontwikkelingen in de maatschappij en de zorg voor nieuwe uitdagingen komen te staan. Denk aan complexere hulpvragen, gebruik van nieuwe technologie en de noodzaak om meer zorg naar huis te verplaatsen. Om dit soort uitdagingen het hoofd te bieden en de verpleegkundige beroepsgroep ‘toekomstproof’ te organiseren, zijn we in 2014 begonnen om ons anders te organiseren.’

Die nieuwe manier van organiseren is samen te vatten in het woord ‘functiedifferentiatie’. 

Marjan legt uit: ‘Voorheen deden mbo- en hbo-opgeleide verpleegkundigen hetzelfde werk. In de nieuwe manier van organiseren kunnen verpleegkundigen verschillende soorten functies uitoefenen. Net als veel andere ziekenhuizen werken wij nu met een mix van mbo-niveau 4-opgeleide en hbo-opgeleide verpleegkundigen (BN-verpleegkundigen, Bachelor of Nursing). Beide mogen ze alle voorkomende taken uitvoeren, maar van de BN-verpleegkundige wordt meer verwacht op het gebied van theorie, onderzoek en ontwikkeling. Door niet meer alle functies op één hoop te gooien maar verschillen te waarderen, kan elke verpleegkundige doen wat hij of zij wil en kan. De een staat liever aan het bed, de ander vindt het leuk om ook organisatorisch mee te denken. Door verpleegkundigen gedifferentieerd in te zetten, is er meer aandacht voor wat iemand nodig heeft om de energie, sprankeling en bevlogenheid voor het vak te voelen en er zijn ook meer groeimogelijkheden ontstaan. Leidinggevenden zijn hierin vooral voorwaardenschepper en sparringpartner. Zij hebben een programma gevolgd om vaardig te worden in deze rol.’

Het implementeren van functiedifferentiatie ging niet van de ene op de andere dag. ‘Het was echt een cultuurverandering en ging zoals alle veranderingen gepaard met weerstand’ zegt Marjan. ‘Maar het heeft goed uitgepakt. Het werk is voor onze verpleegkundigen aantrekkelijker geworden en we profiteren veel meer van wat zij in huis hebben om de zorgkwaliteit te verbeteren. Dat alles komt de zorgkwaliteit ten goede.’

Anders organiseren in het onderwijs

In Gelre ziekenhuizen is met succes gekozen voor een andere manier van organiseren, door verpleegkundigen gedifferentieerd in te zetten. Zou zo’n concept ook werken in het onderwijs? We nemen contact op met Astrid Joziasse. Zij is een van de brigadiers op het gebied van anders leren en anders organiseren en was tot voor kort directeur van De Diamant, een basisschool in Apeldoorn die TOM-school (TeamOnderwijs op Maat) geworden is.

Voorbeeld: De Diamant

‘Mede om het lerarentekort te tackelen, was De Diamant een van de Slim Fit scholen. Dat hield in dat we van Slim Fit Onderwijs ondersteuning kregen bij het anders organiseren van onderwijs’, vertelt Astrid. ‘Vervolgens heeft De Diamant zich ontwikkeld tot de TOM-school die het nu is. In onze school werken kinderen niet in klaslokalen, maar in stiltelokalen en op leer- en werkplekken, zoals het reken-, taal- of spellingsatelier. Omdat ieder kind anders leert, biedt de school vier verschillende onderwijsconcepten aan: ervaringsgericht, ontwikkelingsgericht en programmagericht onderwijs en zelfsturend leren. Anders dan in gangbare onderwijsorganisaties hebben de leerkrachten van De Diamant geen eigen klas. Het lesgeven is teamwork, waarbij de leerkrachten verantwoordelijk zijn voor een grotere groep kinderen en onderwijsassistenten, en leerkrachtondersteuners en stagiairs een veel grotere rol hebben in het begeleiden van leerlingen.’

De voordelen van deze andere manier van organiseren zijn legio. Astrid somt op:

  • Niet alleen één leerkracht, maar meerdere onderwijsprofessionals verzorgen samen het onderwijs aan een kind. Dit nodigt uit om kennis, ervaringen en tips uit te wisselen en een objectievere kijk op het kind te ontwikkelen. Dat komt de onderwijskwaliteit ten goede.
  • Onderwijsassistenten en leerkrachtondersteuners krijgen veel meer ruimte om hun capaciteiten in te zetten voor het onderwijs.
  • Door het werken met ateliers ontstaat er meer flexibiliteit in het rooster en is iedere leerkracht functioneel aan het werk.
  • Leerkrachten die zich specialiseren, krijgen een beter inzicht in de doorgaande leerlijnen. Dat maakt hen sterkere leerkrachten.
  • Door een andere verhouding tussen het aantal leerkrachten en onderwijsassistenten/leerkrachtondersteuners win je formatie. Die kun je bijvoorbeeld gebruiken voor het inzetten van vakleerkrachten (denk aan gym, muziek, handvaardigheid).
  • Door het aanbieden van verschillende onderwijsconcepten ontstaan er interessante taken en functies voor leerkrachten die meer uitdaging willen. Hierdoor benut je de capaciteiten van mensen beter. Bovendien maakt dit werken in het onderwijs aantrekkelijker. 

Resumé

Werken in het onderwijs aantrekkelijker maken. Over voldoende onderwijspersoneel beschikken. Het onderwijs vernieuwen en verbeteren. Het kan. Het is binnen handbereik. De clou: anders organiseren. Daar is zelfs al de nodige ervaring mee op gedaan, niet alleen in andere branches maar ook in een aantal scholen in ons land. Hoe krijgen we ook ándere onderwijsorganisaties zover dat ze zin krijgen en de moed voelen om de benodigde veranderingen aan te gaan? 

Bevlogenheid

Volgens Astrid begint het met bevlogenheid: ‘Werken in het onderwijs is fantastisch. Je kunt echt het verschil maken. Heel bijzonder is dat. Maar om met plezier goed onderwijs te kunnen blijven bieden, moet er nu wel echt iets gebeuren. Bestuurders moeten tijd maken om die bevlogenheid aan te wakkeren en het onderwijspersoneel bewust te maken van de urgentie.’ Marjan beaamt dit en vult aan: ‘Wat in Gelre ziekenhuizen heel erg heeft geholpen om urgentiebesef en enthousiasme te creëren, was een popup-theater in de beginfase. Dat werkte als een spiegel. Daarnaast hebben we gewerkt met ambassadeurs: intrinsiek gemotiveerde verpleegkundigen die zich verder verdiepten in feedback geven en krijgen.’

Astrid: ‘In het onderwijs moeten we bovendien af van de prestatiecultuur, waarin kinderen en scholen alleen worden afgerekend op taal en rekenen en niet op hoe zij bijvoorbeeld met hun handen werken. Je moet een vis niet beoordelen op zijn vaardigheid om in bomen te klimmen.’

Tot slot

Terug naar de Cruijffiaanse uitspraak van Ton uit de inleiding: als je kijkt wat er niet kan, kom je geen stap verder. Het heeft geen zin om energie te steken in doodlopende wegen. Het is tijd om te kijken naar nieuwe mogelijkheden. Naar anders organiseren bijvoorbeeld. 

Het zou dan zomaar kunnen zijn dat je enthousiast wordt, omdat je gaat zien dat anders organiseren geweldige kansen biedt voor de leerlingen én het onderwijs. Ton: ‘De PO-raad organiseerde onlangs het pitchevent ‘innovatielab schoolblijvers’, onder de positieve leiding van bureau Ynnovate. Tijdens de slotavond op 17 mei 2022 bleek dat er vanuit het onderwijsveld voldoende ideeën zijn om personeel beter te boeien, binden en behouden. Zo werd aangegegeven dat we minder naar diploma’s en meer naar competenties moeten kijken, zodat we ouders en anderen uit de omgeving van school en kind meer kunnen inzetten de werkdruk van leerkrachten te verminderen. En dat er meer aandacht moet zijn voor de individuele wensen en ambities van onderwijspersoneel, bijvoorbeeld door daar twee keer per jaar expliciet naar te vragen en flexibeler om te gaan met het takenpakket.’

De overheid biedt al wat ruimte voor anders organiseren. We citeren uit een nieuwsbericht van de rijksoverheid uit december 2019 (vlak voor de coronacrisis): ‘Zo is het onvermijdelijk om het onderwijs anders te organiseren met minder leraren dan we gewend zijn, zonder in te leveren op kwaliteit. Dat kan door onderwijstijd anders in te vullen (1), gebruik te maken van digitale hulpmiddelen om leraren meer tijd te geven (zoals digitaal nakijken) (2) of meer variatie in onderwijspersoneel (3).’

Als we goede en gefundeerde plannen voorleggen, wordt deze door de overheid geboden ruimte ongetwijfeld nog groter. Misschien krijgt het beroep leerkracht zelfs weer het aanzien dat het verdient. Je bent gewaarschuwd.

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/12/16/noodplannen-voor-lerarentekort-in-grote-steden

Leave a Reply